Communiceer met je kindje, nog voor het eerste woord.

Leiden baby- en kindgebaren tot minder praten?

Een van de hardnekkigste mythes over baby- en kindgebaren: “Als ik gebaren gebruik, gaat mijn kind later praten.” Het tegenovergestelde is waar. In dit artikel leg ik uit waarom, met onderzoek erbij dat dit ondersteunt.

De korte versie

Nee, gebaren leiden niet tot minder of later praten. Sterker nog: ze stimuleren de actieve woordenschat en het tempo waarin kinderen leren spreken. Gebaren zijn een opstapje naar woorden, geen vervanging.

Waarom denkt men dat gebaren vertragen?

De zorg is begrijpelijk: als een kind iets met een gebaar kan duidelijk maken, waarom zou hij dan nog moeite doen om het woord te leren? Logica zou suggereren dat ze ‘lui’ worden. Maar zo werkt taalverwerving niet.

Kinderen willen van nature communiceren. Een gebaar is voor hen een eerste manier om gehoord te worden, en zodra ze ervaren dat communicatie werkt, willen ze meer. Het gebaar wordt geen eindstation, maar een opstap.

Wat zegt onderzoek?

Verschillende studies onderzochten of babygebaren de taalontwikkeling beïnvloeden. De resultaten zijn consistent positief:

Acredolo & Goodwyn (2000) volgden gezinnen die wel en geen gebaren gebruikten en zagen dat de gebaren-groep gemiddeld een grotere actieve woordenschat had op 24 maanden. Op 36 maanden was hun taalproductie ongeveer gelijk aan die van 3,5-jarigen in de controlegroep.

Goodwyn, Acredolo & Brown (2000) vonden vergelijkbare resultaten en concludeerden dat gebaren juist een positieve invloed hebben op de cognitieve en taalontwikkeling.

Recent onderzoek bevestigt dit beeld keer op keer. Geen enkel serieus onderzoek heeft aangetoond dat babygebaren de spraakontwikkeling vertragen.

Waarom werkt het zo goed?

Een paar redenen vanuit logopedisch oogpunt:

Cognitieve activatie: bij het maken van een gebaar moet je kind nadenken over het concept (wat is ‘melk’?), het oproepen uit het geheugen, en de motorische beweging maken. Dat is veel werk voor een jong brein, en die training werkt door op andere taalvaardigheden.

Communicatie-succes: zodra een kind ervaart dat communiceren werkt, neemt de motivatie om meer te communiceren toe. Een baby die merkt dat ‘melk gebaren’ helpt, zal vaker proberen iets duidelijk te maken. Die herhaalde communicatie-momenten zijn precies wat spraakontwikkeling voedt.

Versterking via meerdere kanalen: wanneer je het woord ‘drinken’ zegt én het gebaar maakt, krijgt je kind de informatie via twee kanalen tegelijk: auditief en visueel. Dat versterkt het leren.

Mond- en spraakmotoriek: doordat een kind eerder en vaker probeert te communiceren, oefent hij ook eerder met mondbewegingen. Wanneer de spraakmotoriek rijp is, is de basis al gelegd.

Wat ik in de praktijk zie

Als logopedist en docent baby- en kindgebaren hoor ik het van ouders zelf: “Ze gebruikt ‘meer’ nu als gebaar én als woordje tegelijk”, of “Hij heeft één keer gebaard, en daarna ging het meteen over naar het woord”. Het gebaar verdwijnt vaak vanzelf op het moment dat het woord makkelijker wordt.

Ook bij kinderen met een vertraagde spraakontwikkeling zie ik dat gebaren een waardevolle tussenstap zijn. Ze geven het kind een manier om wel te communiceren, terwijl de spraak op gang komt. Frustratie neemt af en zelfvertrouwen groeit.

Wat doe je als je twijfelt?

Maak je je toch zorgen over de spraakontwikkeling van je kind? Overleg dan met je consultatiebureau of een logopedist. Gebaren staan een eventuele behandeling nooit in de weg. Sterker nog: ze maken vaak deel uit van de aanpak.

Wil je meer weten over hoe je gebaren inzet als opstap naar gesproken taal? In mijn cursussen leg ik uit hoe je dit praktisch aanpakt. Stuur gerust een berichtje, ik denk graag met je mee.