“Ze huilde aan tafel, ik wist niet wat ze wilde, en toen werd ik zelf ook gefrustreerd.” Herkenbaar? Dit soort momenten komen er minder vaak voor zodra je kindje gebaren leert. Niet omdat tantrums verdwijnen, maar omdat de oorzaak vaak iets simpels is: niet begrepen worden.
De wortel van veel frustratie
Tussen de 9 en 24 maanden komt een fase die voor veel ouders heftig is. Je kindje begrijpt steeds meer, heeft duidelijke wensen, maar de woorden komen nog niet mee. Resultaat: vinger wijzen, dingen verschuiven, huilen, soms een boze bui. Niet omdat je kindje onhandelbaar is, maar omdat communiceren simpelweg nog niet lukt.
Vanuit logopedisch oogpunt is dit makkelijk te begrijpen. Het brein loopt voor op het uitspreken. Een kind kan vaak veel meer denken en willen dan hij of zij kan zeggen. Die kloof tussen wat ze willen en wat ze kunnen uiten, dát is waar de frustratie ontstaat.
Wat gebaren veranderen
Gebaren overbruggen die kloof. Ze geven je kindje een manier om iets duidelijk te maken, lang voordat de spraak zover is. Concreet betekent dit:
Aan tafel: in plaats van huilen om een lege beker, gebaart je kindje ‘drinken’ of ‘meer’. Jij ziet meteen wat hij wil.
Voor het slapen: ‘moe’ is een van de eerste gebaren die kinderen oppakken. Geen geraad meer waarom hij zo onrustig is.
Bij verschonen: ‘vies’ of ‘klaar’ helpen om aan te geven wanneer iets niet lekker zit.
In de auto: ‘banaan’ of ‘fruit’ werkt verrassend goed als je kindje honger heeft maar nog niet kan zeggen wat hij wil.
Het mechanisme erachter
Drie dingen gebeuren tegelijk:
1. Communicatie-succes versterkt rust. Zodra een kind ervaart dat hij gehoord wordt, neemt de spanning af. Dat geldt voor jongere kinderen net zo goed als voor volwassenen. Begrepen worden brengt veiligheid.
2. Jij raakt minder geïrriteerd. Niet onbelangrijk: als jij niet meer hoeft te raden wat er aan de hand is, ben je rustiger. Die rust voelt je kindje, en het effect is wederzijds.
3. Verbinding versterkt zich. Doordat je vaker echt begrijpt wat er speelt, krijg je kleine, mooie communicatie-momenten. Een gebaar voor ‘kat’ als jullie samen uit het raam kijken. Of ‘liefje’ als je elkaar omhelst. Dat zijn de momenten die ouders me vaak vertellen het verschil te hebben gemaakt.
Wat ouders me terugkoppelen
Eén van mijn cursisten vertelde dat ze het verschil al na twee weken merkte. Geen huilbuien meer aan tafel, omdat haar dochter het gebaar voor ‘klaar’ had geleerd. In plaats van ontploffen, gaf ze een teken. Klein, maar wat een verschil.
Een ander stel, ouders van een dreumes van bijna 2, vertelden dat hun zoon eindelijk kon uitleggen waarom hij niet wilde slapen. Een gebaar voor ‘broer’ (die was nog wakker) en het kwartje viel: hij wilde wachten tot het broertje ook ging slapen.
Wat het niet doet
Eerlijk: gebaren zijn geen wondermiddel. Driftbuien op de leeftijd van 2 of 3 jaar horen ontwikkelingstechnisch erbij. Wat gebaren wél doen, is de communicatie-gerelateerde frustratie wegnemen. De drift die ontstaat omdat je kindje gewoon iets anders wil dan jij, blijft. Maar die zwaar onbegrepen tantrums waar niemand iets aan kan veranderen? Die worden veel minder.
Hoe begin je?
Start met gebaren die direct iets oplossen wat in jouw huis vaak speelt. Voor de meeste gezinnen zijn dat: ‘meer’, ‘klaar’, ‘drinken’, ‘eten’, ‘moe’ en ‘help’. Daarmee dek je 80% van de dagelijkse mini-conflicten af.
Wil je een stappenplan op maat voor jullie situatie? Tijdens een privécursus of oudercursus kijken we samen naar wat er bij jullie thuis speelt en welke gebaren het meeste verschil maken. Stuur me gerust een berichtje.